woensdag 25 februari 2015

Tie Sjurt

INLEIDING


Dit verhaal gaat over een kledingstuk. Maar niet zomaar een kledingstuk. Een simpel stukje stof die een beetje de wereld rond gaat, het leven van de mensen ziet en vooral onvergetelijke avonturen beleeft. Hij kan niet spreken, maar wij als luisteraar mogen wel in zijn gedachten kruipen. Want ja, een kledingstuk met hersenen, dat zou nogal wat zijn, hé. Toch heeft hij ook een soort allergie; hij kon niet goed tegen nat zijn.


HET ONTWERP


Tie Sjurt - want ja, zo heet hij - is geen gewone t-shirt. Hij is een wereldreiziger. Hij is ontworpen door een Belgische ontwerper Monsieur Mouw.  En deze man bedenkt enkel  kledingstukken. Hij maakt ze niet zelf, maar laat dit uitvoeren. Deze t-shirt werd in elkaar genaaid ergens in de naaiateliers van Eikloland. De ene korte mouw is in elkaar gezet in Warschotland, de andere in Bekeland. De tekening op de voorkant heeft iets speciaals. Twee ogen, en  ze kijken zowel naar achteren als naar voren. Het zijn bol-ogen die rondom kunnen draaien.


Het prachtige kledingstuk zag het levenslicht in maatje XL, dus extra large. En hij zag er spierwit uit. Hij werd soms achterste voren gedragen, omdat men soms vergat hem binnenste buiten te keren. Dus, ja die ogen die in alle richtingen konden draaien, kwamen wel heel goed van pas, hè. Hij rolde niet van de automatische kledinglijn, zoals vele van zijn broertjes en zusjes uit de fabriek, maar hij viel gewoon van  de camion. Eerst zat hij vast aan de laadklep en wapperde wild tekeer. Hij was net als een witte vlag die je zag in de verte, alsof het staakt-het-vuren was in oorlogstijd. Uiteindelijk kon hij zich losrukken, zonder kleerscheuren.


DAMP EN WIND


Een man van ongeveer 60 jaar vond dit kledingstuk.”Hmm”, dacht hij bij zichzelf. Dit ziet er wel mooi uit. En het ruikt zo vers naar nieuw. “Pff…”, dacht Tie Sjurt, “ja, ik ruik wel naar nieuw, maar jij stinkt zo naar het zweet man, bwah!”. De man deed zijn hemd uit en trok deze t-shirt aan. “O, nee, mijn ogen jeuken door het borsthaar van die man”. “Ik zit hier gevangen in een zwetende haarbol”.


De man ging naar huis en zijn vrouw had eten klaargemaakt. Het was ajuinsoep. De damp van de soep kwam in de ogen van Tie Sjurt terecht.  Die begon toch wel plots te tranen en de t-shirt van de man werd in een snel tempo kletsnat. Zijn vrouw zei; “maar ventje toch, het regent niet binnen, en jouw kledij is zo nat”. De man verstond het niet. “Hoe is dat mogelijk”, zei hij. “Dit moet tovenarij zijn”. “Maar nee”, zei de vrouw: “Ik hang het over de wasdraad, zodat het kan drogen”. Hij bengelde heen en weer door de wind.Tie Sjurt werd een beetje wasdraadziek en voelde zich ongemakkelijk. Plots kwam er een hele sterke tornado opzetten.
Nu was hij helemaal van de kaart. De ogen van Tie Sjurt draaiden alle kanten uit. Hij wist niet waar eerst kijken. De tornado kreeg de vorm van een reusachtige orkaan en voerde hem over de grote oceaan naar een ander continent. Hij zweefde als een zeemeeuw over het water. Soms raakte een stukje stof het water, vliegende vissen probeerden een hap uit zijn stof te bijten en hij was zo blij dat hij eindelijk in de verte een stukje land zag.


DE VIER HEMDEN


Hij kwam terecht in een warm land, Zomerland genaamd. Door de wind was Tie Sjurt terug snel droog. Hij vloog binnen in een huis van een gezin. Een vrouw van 45 jaar, moest snel naar haar werk. Ze vond niks gepast om aan te doen en zocht in haar kleerkast naar iets. Haar raam in de kamer stond open en Tie Sjurt waggelde vrolijk de slaapkamer binnen, recht tegen het lichaam van de vrouw. “O, zo mooi”, zei de vrouw, “en wat een mooie ogen staan hier op afgebeeld”, “Dit lijkt wel een Large voor mij, ideaal”. Ze vertrok naar ‘t school. Ze gaf les in basisschool “De Vier Hemden”, in het 5de leerjaar. Toen ze in de klas kwam en vooraan stond, keken de kinderen stomverbaasd naar de juf. Het was het vak WO, en het ging over het leven van tweedehandskledij. Toen de juf iets vertelde dat t-shirts nooit lang kunnen gedragen worden, zagen ze plots de ogen van links naar rechts bewegen, alsof het wou zeggen “nee, lieve kindjes, niet geloven hoor!”.  Op een gegeven moment keken de ogen scheel. De kinderen proesten het uit van het lachen. De juf verstond het niet en vroeg om te luisteren en niet te lachen. Tie Sjurt begon het wat saai te vinden. “Ja, wat moet ik nu doen om van deze juf verlost te geraken?”, dacht hij.  Wel, hij had een briljant idee. “Als ik mijn ogen nu omdraai naar binnen en haar met mijn wimpers eens begint te kietelen, dan bestaat er misschien een kleine kans”. Dus, hij begon zachtjes te bewegen met zijn wimpers. De juf begon zich plots raar te gedragen. De kinderen begonnen lichtjes te giechelen. De juf was aan het kronkelen alsof ze elk moment zou gaan dansen. Tie Sjurt begon nu razendsnel met zijn ogen te knipperen. De juf schaterlachte zo luid, dat de andere klassen kwamen kijken. Niemand kon geloven wat ze nu zagen. Een dansende lachende juf. De directeur kwam kijken en probeerde haar te doen stoppen. Maar toen hij haar vasthield kon hij niks anders doen dan mee te huppelen. Het was alsof ze Rock-and-Roll aan het dansen waren. De kinderen juichten en riepen: “nog, nog, nog!”  De verlossende schoolbel ging en Tie Sjurt vond het nu wel welletjes. De juf ging naar huis en ‘s avonds stak ze deze t-shirt in de wasmachine en daarna in de droogkast.


“Oh, oh, wat is dat voor een watermachine?”, dacht Tie Sjurt. Eerst een tornado, en nu dit. Hij begreep er niks van. Al dat water dat ronddraaide in zijn ogen. Van de ene machine naar de droogmachine. “Ja, wadde dadde, nog eens draaien ook en met zoveel hitte.”  Opnieuw werd hij onpasselijk en niemand kon hem een pilletje geven. Hij vond het bijgevolg ook nog eens een echte sauna.

MARATHON


Daarna werd hij eruit gehaald en belandde in de zak voor de kringloopwinkel. In de winkel was er een jongeman van 30 jaar die de zaak binnen stapte. Hij had een trainingsbroek aan, en leek wel een sportman. Hij roefelde in een grote bak vol met t-shirts. “Ai, oei, oh,...”, kloeg Tie Sjurt, die diep verscholen zat in de kledingbak. Hij zag een hand die hem uit een dozijn t-shirts trok. “Waaaw, zo cool”, zei de man, “dit is een echt koopje”. Deze namiddag ging hij een marathon lopen, en dit was voor hem het ideale t-shirt. Hij was een beetje bijgelovig. Voor elke marathon dat hij liep kocht de jogger een tweedehands t-shirt. Hij had nog nooit een marathon gewonnen en hoopte dat deze hem een beetje geluk zou brengen.


“Een wat,... een marathon”, “is dat een zweetwedstrijd, waar je druipnat over de finish valt?”, dacht het t-shirtje, dat nu toch al gekrompen was van maatje XL tot Medium. De jongeman was al bijna een uur aan het lopen. Tie Sjurt zijn ogen gingen op en neer. Door het kletsnatte lichaam kon hij bijna niks door zijn ogen zien. “Waarom hebben ze geen ruitenwissers getekend op dit kledingstuk”, dacht hij. Hij had ze dan veel kunnen gebruiken; voor de regen, het zweet, de wasmachine,... Na een goede twee uren lopen struikelde de jogger over een kiezelsteentje en viel pardoes op de grond. Hij schuurde met Tie Sjurt enkele meters over de grond, zelfs over een dikke witte lijn. “Ai, auw, oei, ….”, alle twee kermden ze van de pijn. Tie Sjurt had aan zijn linkeroog wat kasseibrand, een groot gat en bloedde een beetje. Wel ja, ‘t was niet Tie Sjurt zijn bloed, hè, wel van die jongeman. Maar zijn t-shirt zag er wel uit, zo vuil en geschaafd. Plots werd de jongeman in de lucht opgepakt en gejuich overal. Hij heeft toch wel deze marathon gewonnen, zeker!! Opnieuw werd Tie Sjurt met een gat boven zijn oog draaierig van al die mensen die aan zijn t-shirtje trokken. “Oh, nee, niet opnieuw…, is er een dokter in de zaal, ai ..!!”

NIEUWE MODE


Op het podium trok hij zijn t-shirt uit en gooide het in het publiek. Als een natte dweil belandde hij op het hoofd van een tienermeisje van 16 jaar. “Jihaa!”, zei het jonge meisje. Morgen ging ze uit en ze was van plan om dit aan te doen. Maar dit was niet naar de wens van haar mama. “Hola, wacht eens even”, zei haar mama. “Je gaat toch niet met een gescheurd vuil t-shirt naar die fuif, hè?” Het meisje protesteerde, maar dit ging niet door. “Maar mama, dit is wel de nieuwe mode, hoor”. Haar mama wou niet dat ze met gaten in haar shirt naar een feestje ging. Dit was voor haar ongehoord. “Ik ga dat gat dichtnaaien boven dat oog en eens supergoed wassen”, zei de mama. Tie Sjurt wist niet wat hij hoorde. “Oh, nee, ik word geopereerd, zonder verdoving en daarna ga ik terug krimpen, zeker!!” Moeder nam een naald en draad en maakte een mooie hechting en alles was terug dicht. Je kon geen bloot vel meer zien. Want ja, wat zouden haar vriendjes wel denken. Maar Tie Sjurt was niet gelukkig met deze herstelling. “Ik zie er nu uit als een piraat vol met littekens, bwah!”


Vrijdagavond ging het meisje uit met haar vriendinnen naar een leuke fuif. Er werd daar gelachen, gedanst en jammer genoeg ook wel eens drank gemorst op kledij, door onhandig te zijn. Iedereen vond het t-shirt van het meisje zo hip en trendy, en vroegen waar ze dit konden kopen. “Ik ben wel uniek, de enige op deze planeet, er bestaan er geen twee”, vond hij. Het tienermeisje zei dat ze niet wist waar ze deze verkochten. Ze zei dat ze dit maar één keer ging aandoen, en dan in de vuilbak ging gooien. Tie Sjurt, kon zijn oren niet geloven - wel, ja bij wijze van spreken, want oren heeft hij natuurlijk niet. Na de fuif hing het meisje haar t-shirt over het raam, om ze te laten verluchten. En ja, wat gebeurde er ‘s nachts; de wind kwam opzetten en het begon toch wel te regenen. “Lieve hemel nog aan toe, bestaat er geen parapluutje voor mij en een pilletje voor t-shirts-ziekte?” , zuchtte Tie Sjurt.

FAMILIEFEEST


Hij waaide weg, zweefde door de lucht op de warme straalstroom terug over de oceaan,en kwam terug in Bekeland terecht. In het kleine dorpje, Bekedorp, wapperde het stukje stof ongestoord binnen in de plaatselijke kerk. Tie Sjurt heeft wel weken onderweg geweest en was door regen, wind en warmte nogmaals kleiner geworden. Maar er was iets bezig in de kerk. Het leek wel een familiefeest. Vele kinderen en volwassenen, en een heel klein kindje.  Haar naam was Hope, en ze was 4 jaar oud. Tie Sjurt kwam op de hoek van het altaar terecht. “Zie mij nu hangen, ik lijk nu wel een zakdoek”, vond hij.


Maar er was plots een probleem. De priester vroeg waar het doopkleed was. Oh, nee, de ouders hadden het kleedje vergeten. Zo jammer! Maar een van de aanwezige kinderen zag iets wits hangen achter de priester. Hij ging het vlug gaan halen. “Kijk, zou dat niet goed zijn tante voor mijn nichtje?”. De priester fronste de wenkbrauwen. “Wat een leuke t-shirt is dat en het is zelfs Extra Small, we kunnen het gebruiken als doopkleed, waarom niet”. En zo gebeurde het. Het jonge meisje werd aangekleed voor de ceremoniële plechtigheid. Er werd een leuke foto genomen, die niemand zal vergeten: een lachend meisje, met twee bol-ogen en een litteken op haar doopkleed. “Oef, eindelijk rust”, pufte Tie Sjurt.


De priester haalde een beker met water en druppelde dit over het hoofdje van het lieve meisje, en kwam ook op Tie Sjurt terecht, die opnieuw goed nat werd.

“Oh,nee, niet opnieuw alsjeblieft, ik heb een allergie aan water!!

woensdag 28 januari 2015

Vrijen



droog zacht, ruw nat
in uit, stoten trekken
voor achter, buiten binnen
zuchten tieren, fluisteren gillen
pijn genot, plezier fijn
extase komen, opnieuw genomen
rusten knuffelen, lusten tintelen

maandag 1 december 2014

Familiebedrijf




Een drukte van jewelste! Al die vakanties, de zieken, de sociale verlofdagen, anciënniteitsdagen, ouwe wijvendagen, zwangerschapsverlof, borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof, adoptieverlof, tijdskrediet,... noem maar op. De overheid heeft het ons gemakkelijk, maar ook moeilijk gemaakt. Niet enkel voor de bedrijfsleiders, maar ook de werknemers die rechtop of schuin blijven staan, en nog net niet loodrecht op hun bakkes vallen.


We bevinden ons in een grote afdeling van een zorgbedrijf waar er hoofdzakelijk - voor 95% - vrouwen werken. De afdeling ligt bijna lam door een opkomend moeilijk onder controle te houden virus ….het ‘absenteïsme-virus’. Deze is voorlopig niet te bestrijden met antibiotica. Men heeft al verschillende testen gedaan, zonder resultaat. Maar de vrouwen, en de heel weinig mannen die er nog rondhuppelen zijn min of meer immuun. Dat is goed nieuws. En goed nieuws vraagt om te denken aan de toekomst van deze afdeling.


Er werd gevraagd aan de werknemers om suggesties voor te stellen, om enerzijds de werkdruk te ontlasten, anderzijds ook aan de toekomst te denken. Want overheidssubsidies blokkeren heel wat werkingsmiddelen. Het is nu eenmaal crisis, geen tijd om te klagen of te betogen. Inleveren moeten we zeker, maar misschien kunnen we ook in die tussentijd iets creatiefs maken, niet waar? Er werd door de directie een aantal criteria vooropgesteld; ethisch verantwoord, toekomstgericht, het moet plezierig blijven, akkoord van beide partijen, zorgcontinuïteit, rekening houden met huidige geblokkeerde subsidies en voldoen aan kwaliteitsnormen.



Amai, wat een voorwaarden! Enkele werknemers waren aan het denken. Werknemer X: “laten we de opleiding voor onze job zakken naar bijvoorbeeld 2 jaar (ipv 3)”. Ah nee, dat kan niet. Kwalitatief onverantwoord! We willen volwaardig personeel in ons bedrijf. Werknemer Y: “meer mannen aantrekken voor onze job, want die zijn broodnodig om een heterogene groep te vormen en een helder maatschappijbeeld binnen onze dienst”. Mooie woorden, maar oei, we zitten met een probleem. Volgens de recente bron van het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS), is de Belgische bevolkingspiramide ongelijk verdeeld. Er is een tekort aan mannen; de groep mannen die in aanmerking zouden komen is te laag. Een kleine percentage jonge tieners die nog een lange weg te bewandelen hebben en een grijze mannenbevolking die gepensioneerd zijn. Werknemer Z: “Minder feestdagen, minder uren werken, meer jobtimers, gesplitste ploeguren (om boodschappen te kunnen doen), gratis consultatie dokter op het zorgbedrijf (zodat er geen verlof moet genomen worden),.... How, halt! Klinkt logisch, maar onze feestdag, dat pakken ze ons niet af. En mijne huisarts is een knappe vent, die kent mijn lichaam het best. En gesplitste uren? No way, zeg. Als je 40 km van je werk woont dan is dit onmogelijk om terug op tijd te zijn. Heel wat positieve, en negatieve reacties op de aangeboden voorstellen. We geraken er niet aan uit.



Mag ik nog een voorstel doen? Een mannelijke werknemer, één van de weinige op de afdeling kwam toch met een opmerkelijk voorstel. Werknemer J: “ik ben al een hele week aan het nadenken, de subsidies van de overheid aan het bekijken, de criteria aan het wikken en wegen en vooral hoe we het in de lucht kunnen houden. Aan de huidige situatie kunnen we nu niks aan veranderen, maar aan een toekomstige situatie, daar kunnen we wel ons ei in vinden. Op de uitzonderlijke personeelsvergadering samen met de directie fronste iedereen de wenkbrauwen.
“Vertel”, zei de CEO - “maar houdt het kort en krachtig”.


“Wel, krachtig zal het in ieder geval wel moeten zijn, en vooral veel”. Hij vertelde verder: "het is geen oneerbaar voorstel, maar een pure noodzakelijkheid. Ik zie het als een antropologisch probleem. Als er bijvoorbeeld in een dorp in Noord-Zweden te weinig inwoners wonen, en men wil de economie draaiende houden, dan laat je migranten verplicht daar wonen. Zo wordt de populatie aangesterkt. Dit Zweeds systeem is realiteit, maar bij ons kunnen we geen werknemers meer van andere landen naar ons doen komen, omdat de subsidies geblokkeerd zijn. Dus, heb ik naar aanleiding van dit Zweeds model het systeem wat natuurlijker gemaakt."


“Beste werknemer, kom nu eindelijk ter zake, want we hebben nog andere dingen te doen”. J: “ik stel voor dat we zelf voor onze bevolkingspopulatie zorgen binnen onze eigen dienst, want over 21 jaar komen er terug subsidies vrij”. Tja dit klopt wel. “Ik ben bereid om als ‘dekhengst’ of ‘dekstier’ - het maakt niet uit hoe je het beestje wilt noemen - te dienen. Want, de kleine letters die hebben jullie niet gelezen:
Er is een subsidie die wel goedgekeurd werd voor deze sector; een grote kindercrêche (maar dit stond inderdaad in hele kleine letters. Iemand met een vergrootglas op zijn smartphone kon dit lezen).



Alle vrouwelijke collega’s stonden met hun mond open,... (ook van verlangen). De directieleden konden hun oren niet geloven. De mannelijk collega werd op zijn ‘ongepaste’ manieren gewezen en bijna de deur uit gewezen. “Mag ik mij nog even verdedigen, a.u.b?”
Dit is wel belangrijk, want als hij moet gaan, dan staat de toekomst van de zorgcontinuïteit op het spel.


Beste collega’s, beste directieleden”.
“Als jullie de criteria voor ogen stellen, dan is dit voorstel de enige optie. Ethisch verantwoord: niemand wordt hierdoor lastig gevallen. Toekomstgericht: de geboren kinderen zullen de beste ervaring opdoen, goed opgeleid en direct inzetbaar en gemotiveerd in het werkveld stappen na hun studies op 21 jaar. Plezierig blijven: wat is er niet meer plezieriger dan een natuurlijk proces van procreatie, een babysnoetje dat lacht, enz… Akkoord van beide partijen: dit is wel de eerste vereiste. Maar iedereen maakt zich zo zorgen om onze toekomst, dat dit op zich al geen obstakel meer is.


Zorgcontinuïteit: we zullen nu even moeten rijden met de teugels die we hebben, maar op lange termijn is de zorg terug verzekerd. Onze doelgroep waar wij voor werken zal niet in de steek gelaten worden. Prachtig, hé! Subsidies: gelukkig zijn de subsidies voor grote georganiseerde crêches wel goedgekeurd. Dit maakt de baan vrij voor meer plezier in het werk.
Kwaliteitsnormen: we leven niet allemaal op sterk zaad, maar ja, dit is natuurlijk wel een belangrijke vereiste om als ‘verantwoord’ doorduwer aan de bak te komen. En als we niet blijven proberen, weten we ook niet wat er uit komt. Het is zoals de bluts met de builen. Een auto zonder motorkap kan ook nog altijd rijden, zeg! Zolang zijn bougies het blijven doen, maken we ons geen zorgen.”



En zo geschiedde het. De viriele aanwezige mannen liepen in het gelid voor hun bloedtesten, alsook de vrouwen. Want virusvrij moest je in ieder geval wel zijn. Hoe ze afspreken was hun eigen zaak, maar elke dag kwam er wel een lachende blozende collega op het werk, zelfs ook tussen de soep en de patatten. Schaamrood werd een handelsmerk geworden. En voor wie thuis niet teveel kabaal wou maken, mocht de kelder in het gebouw gebruiken (er werd een snoezelruimte ingericht). Dit werd zogezegd speciaal gedaan voor wie nog wat uren tekort had, en die moest inhalen.


21 jaren later kreeg deze instelling de ‘Smiley’ van het gezondste vooruitstrevende zorgbedrijf van Vlaanderen. Proficiat!!

zaterdag 22 november 2014

De KindVrienden


Dwarflandia

Vogels floten om je heen, vlinders fladderden sierlijk rond de ontelbare mooie kleurrijke bloemen,... een geur van herfstfris vulde de lucht. De zon kwam op in het noorden. De eerste zonnestralen van de dag lieten de opkomende mist verdwijnen. Ja, dit moet het land zijn, het betoverende land waar alle seizoenen in vrede leven met elkaar, en de zon elke dag op een andere plaats het daglicht vult; Dwarflandia!

Het was een groot stuk land op een zwevende rotsblok in de ruimte. Hun ‘aarde’ was niet rond, niet vierkantig en ook niet cilindervormig,... maar doodgewoon plat. Plat? Ja, inderdaad zo plat als … ja, iets dat plat is natuurlijk. Even ter verduidelijking: totaal plat, nog platter dan platte kaas. Het zweefde tussen de aarde en de maan. De grote steen was zodanig klein dat je hem met het blote oog niet kon zien. Er leefden daar heel veel kleine mensen. Ze zijn maar een mensenvinger groot. Net zoals op de aarde was er op dit land een grote baas. Hij heette Kapp Houter. Hij had een bruine huid en droeg een groene grote muts met sterretjes. De Dwarflandrianen - inwoners van Dwarflandia - hadden heel veel lof voor hun president. Elke inwoner had werk, een huis en vrije tijd. Het waren de drie grote vrijheden, en die stonden ook op hun vlag “W-H-V”.

Maar er was iets speciaals aan dat volk. Ze werkten voor de aarde. Maar wat deden zij dan precies? Zij maakten het speelgoed voor de Paashaas, de Sint en de Kerstman. Kort gezegd, ze werden in één adem de Drie KindVrienden genoemd. Geen enkel kind op de aarde konden niet zonder hen, maar ook de Dwarflandrianen hadden deze weldoeners nodig. Want zij zorgden voor de internationale rechten van het kind. Met name het hoogste recht:“Recht Op Spelen!

Hier hoort natuurlijk speelgoed bij. De kleine mensen van deze uitzonderlijk rare planeet werkten de klok rond, 24 uur op 24, 7 dagen op 7 en in ploegen.


Heilige ruzie nog aan toe!

Het was een fleurrijk en vredelievend land. Maar op een dag liep er iets mis. Werk Bouter, chef van de werkplaats SpeelGoed kwam zeggen dat er geen bestellingen meer waren. Maar hoe kon dat nu? Er  werd verteld dat de Drie KindVrienden ruzie hadden met elkaar.

De Paashaas zei: “Het is niet eerlijk dat er veel meer geld naar speelgoed gaat bij de Kerstman!”
De Kerstman zei: “Het is niet eerlijk dat de Sint een knecht heeft die hem helpt, en ook niet eerlijk dat de Paashaas klokken heeft die alles vervoeren!”
De Sint zei: “Het is niet eerlijk dat de Kerstman een prachtige gouden vliegende slede heeft, voortgetrokken door enkele edele rendieren, en dat de Paashaas niks moet doen, want zijn neefjes de konijnen en de zwevende klokken doen alles voor hem!”

Ai, ai, ai, … Dit werd echt niet gemakkelijk. Crisis in speelgoedland. Er zat niets anders op dan een VredeBewaarder in te schakelen. Want die kleine vingermensen hadden voor elk conflict wel een los-het-op figuurtje. Men deed een beroep op het enige conflictbureau van het land; het Vrede-Op-Aarde bureau.

Di Lemma, een mooie bruinharige kabouterin, was chef van dit bureau. Ze zocht verschillende VredebeWaarders op die geschikt waren voor deze moeilijk taak. Zoals het woord het zegt bewaren zij de vrede. Ze had iemand gevonden.


Zijn naam is Pinne Muts. Een kleine smalle kabouter met een rode puntige muts. Zeker niet verwarren met de Kerstman, hé. Zijn uitzonderlijke naam kwam goed van pas. Men zegt soms wel “wees niet pinne”, of “je gaat toch niet pinnen tegen elkaar, hé?”. Dit is dialect voor ruzie maken. Wel, daarom was Pinne Muts, alias “PM”, de aangewezen persoon, euh kabouter om oplossingen te vinden. Want, als er geen speelgoed meer wordt gemaakt, dan zullen er heel veel ongelukkige kinderen zijn. En dat willen wij niet!!
In Dwarflandia waakte men ervoor dat onze kinderen op deze aarde groot worden, glimlachen en gelukkig zijn,... en dat kan enkel en alleen maar door….te spelen!

Falen is geen optie

President Kapp Houter had een heel goed opgeleide bevolking. Ruzie maken kon zijn volk niet. Mensen in nood helpen, dat was voor hen een superjob. Maar ruziënde mensen, waar kinderen zo naar opkijken, dat kon helemaal niet. PM was aan het denken geslagen. Hij besefte dat dit geen gemakkelijke klus is. Zijn slagzin was: “falen is geen optie”.


Hij bedacht bij zichzelf enkele vragen, waar hij het antwoord niet op wist. Maar de KindVrienden misschien wel? Hij schreef een mooie officiële brief naar elk van hen, met de stempel van de president erop.

Om goedkeuring te krijgen las hij een voorbeeld voor de vrouw van de president: Lolly Pop was haar naam. De presidentsvrouw steunde haar man door dik en dun, maar hielp soms ook mee in zijn beslissingen. Als haar man, Kapp Houter, het eens niet meer weet, dan neemt zij een correcte beslissing. Ze luisterde aandachtig. Lolly Pop, of Poppy voor de goede vrienden luisterde met vol bewondering naar de voorgelezen brief.

Beste,

Ik, Pinne Muts, VredeBewaarder van Dwarflandia heeft vernomen dat er conflicten zijn.
Ik nodig je vriendelijk uit voor een gesprek onder vier ogen. Ter voorbereiding van ons gesprek had ik graag enkele antwoorden op volgende vragen:

1. Hoe kindvriendelijk ben jij? 2. Vind jij speelgoed belangrijk? 3. Wil je eeuwig beroemd blijven? 4. Als je op deze voorgaande korte vragen "JA" antwoordt, geef dan in mijn aanwezigheid meer uitleg.

Met Dwarflandriaanse groeten,

Pinne Muts


De beste Kindvriend ter wereld

Het was een drukke dag. De Drie KindVrienden kwamen spreken bij VredeBewaarder PM. Eerst was het aan de beurt van onze goede oude Sint, Nie-Cola (ter informatie hij drinkt ook niet graag cola):


“Ik ben de kindvriendelijkste van allemaal”, “speelgoed is belangrijk, want ze worden door mijn knechten - de Zwarte Pieten - gedragen”, “en eeuwig beroemd? Dat ben ik sinds de aarde is ontstaan”, “Want ik ben de puur heiligste man die hier op aarde rondloopt”.
Pinne Muts dacht bij zichzelf: “Oei, oei, oei,...” Nu was het de beurt aan Kerstman Jingle Bell:

“Ik ben geboren voor de kinderen, want zonder mij was er geen Kerst, how how how!”,
“Speelgoed?  Er is niks belangrijker dan de wensen van de vele kleine kinderen te vervullen”,
“Mijn titel is Kerstman, en komt van ‘Christ of Christus’, dus ik ben heiliger dan de Paus. En natuurlijk super heiliger dan de lieve goede oude Sint!” Beroemder dan dit kan je niet zijn.

Pfff… pufte PM. “Ik mag geen mening vormen”, dacht hij bij zichzelf. Het was nu de beurt aan de Paashaas. Met vol enthousiasme begon hij te ratelen:
“Pasen is de periode waar er veel paashazen en konijntjes zijn, vandaar de naam Paashaas. Maar dit is maar een titel. Mijn echte naam is Wielcanoc. Mijn voorouders komen van Polen.”
“Wij zijn altijd kindvriendelijk, want de kinderen zien graag konijntjes” - “wij maken van speelgoed een spel”. “De kinderen vinden ons tof, omdat wij hen leren onze verstopte geschenken te zoeken”. De Paashaas hield niet op: “wij zijn beroemder dan wie ook op deze aarde. Wij werken in opdracht van Rome en Beieren en op die manier leggen onze klokken eieren”.

“Dit komt niet goed”, dacht Pinne Muts. Toen kwam hij met een briljant idee! Mocht de Paashaas nu eens zijn klokken uitlenen aan de Kerstman, de Kerstman zijn slede aan de Sint, en de Sint zijn knechten uitlenen aan de Paashaas. Zou dat niet geweldig zijn? Het jaar daarna moeten ze dan nog eens wisselen.

Wisselkoers

De Drie KindVrienden luisterden met stomme verbazing naar dit onwaarschijnlijk voorstel. “En wat met de kindvriendelijkheid, het specifieke speelgoed en onze eeuwige beroemdheid?”, vroegen ze zich af. Pinne Muts had er een klaar en duidelijk antwoord op: “Ik verzeker je dat jullie allen de beste KindVrienden blijven”.


En zo gebeurde het. Paashaas merkte op dat lopen op daken met paard en ezel toch niet zo gemakkelijk was, en vooral gevaarlijk. De Kerstman, die nogal een luidruchtig man was, vond het bijzonder moeilijk om de klokken rustig te houden en stil te zijn. De Sint op zijn beurt vond dat vliegen in de lucht met de slede een moeilijke behendigheid is. En wat als een rendier plots stopt en pipi moet doen?

De VredeBewaarder luisterde, keek en zag dat het de goede kant opging. De bestellingen van de kinderen kwamen in een sneltempo terug binnen. In Dwarflandia werkten ze nu vliegensvlug de klok rond, want ze hadden een enorme achterstand. En er ontstond een nieuwe traditie: elke laatste dag van het jaar sluiten de Drie KindVrienden hun mooi hardwerkend jaar af met een grote warme chocomelk in hun lievelingscafé “Vrede-Op-Aarde-En-Voor-Iedereen”.

L-V-E

Pinne Muts heeft de wereld van onze kinderen gered. Hij mocht bij de president komen en kreeg een trofee van ‘Dwarflandriaan van het jaar’.

Kapp Houter vroeg: “vertel me eens, hoe heb je dit opgelost?” “Wel”, zei PM: “als je elkaars werk leert kennen, dan pas weet je hoe het is en voelt dat elk ander werk niet altijd de plezantste is. Als we elkaar kunnen helpen, dan vermindert dit vele ongemakken en misverstanden.”

Dankzij deze vredelievende oplossing werd er een nieuw sticker logo gemaakt voor alle scholen. Een ronde cirkel met de letters L-V-E, ‘Leer-Van-Elkaar’.



donderdag 10 oktober 2013

Het meisje met het lange haar



De service werkt niet meer. Via deze link kan je het verhaal bekijken:

Meisje met het lange haar

vrijdag 2 augustus 2013

Gespannen touw



de lijn is dun, o zo breekbaar
evenwicht om te rekken
vraagt zo veel kracht
wat als het moment 
er is...

dagenlang wachten
op die ene euforie
of geluk omslaan
in verpletterende depressie

therapie, het medicijn
een verslaving die vraagt om meer
gedachten gaan snel tekeer
een placebo vol venijn


... maar ik ben hier nog!