zaterdag 26 maart 2011

Ik


Er was eens een IK... en... een.... JIJ

De IK vroeg zich af: "ben ik nog een ik, als ik geen armen had?"
Jij zei daarop: "toch wel, want zolang er een jij rondloopt, dus ik, dan weet je dat je een ik bent."

De IK twijfelt: "hoe ben ik nog ik mocht ik geen hoofd hebben?"
Jij: "dit is wel heel extreem, maar ik geloof dat je nog altijd een ik hebt, maar  niet meer bent,.. één zonder hoofd."

IK: "dus, ik ben maar ik als je mij kan zien, horen, voelen, ruiken, proeven. Maar zonder mijn hoofd kan dat toch niet?"

Jij: "doe toch niet zo vervelend. Je bent je eigen ik. Met of zonder hoofd, met of zonder armen, en al de rest dat men al of niet ziet."

IK: "toch klopt het niet. Als ik ben, leef ik. Hoe zou ik zonder hoofd, zonder hersenen leven?"

Jij: "waar maak jij je zorgen over?"

vrijdag 21 augustus 2009

't zit in haar hoofd!




Een doodnormaal babymeisje werd geboren. Er was op zich aanvankelijk niks aan de hand. Het meisje groeide op. Maar er mankeerde wel degelijk iets aan het jonge meisje. Ze was volgens psychologen emotieloos. Men vermoedde een aandoening meegeleverd in de genen. Een defecte gen die men probeerde te traceren.

Maar goed geen probleem. Het meisje snapte er niks van. De omgeving vond het allemaal wel vreemd. Ze zeiden allemaal: 't zit in haar hoofd!' Ze werkte wel mee, omdat ze graag zou willen lachen en plezier beleven. Iedereen kon het, behalve zij. De operatietafel werd klaargemaakt. De chirurgen vonden het zogezegde defecte gen en herstelden het. Bij het ontwaken was er geen verandering merkbaar. Er zat niks op dan verder te zoeken. Haar ogen: want tranen had ze niet. Haar oren: overdovend lawaai kon ze verdragen. Haar huid: een pijnprikkel voelde ze niet.

Tot men uiteindelijk bij de oplossing was. Alle belangrijke zenuwen en organen werden onderzocht, behalve haar hart. Ze had een hart en die klopte normaal. Maar... haar hart was van steen. Niemand kon dit geloven. Daarom was ze zo. Iedereen: 'ze had een hart van steen!' Bij de laatste en adembenemende operatie was het geen chirurg, maar een steenkapper aanwezig. Die kapte met fijne precisie het harde gesteente weg. Eindelijk kon men nu een mooi rood hart zien, en het klopte nu geweldig van enthousiasme. Het tienermeisje was blij, lachte en huilde.

Ze zei: 't zat toch werkelijk allemaal in jullie hoofd, hé!'

donderdag 20 augustus 2009

Tuur & Kul


Een interessant gesprek tussen twee mannen.

Kul is een Europeaan, Tuur een Afrikaan.

De discussie is op z'n zachtst gezegd heel bizar. Het leidt soms tot verwarring voor wie het niet begrijpt.

Kul: "Maar tuurlijk, ik geloof dat niet."

Tuur: "Dit is echt flauw Kul. Je weet dat het hier beter is."

Kul: "Wat zeg je tegen me, flauwe Kul?!! Je beledigt mij ook nog!"

Tuur: "Euh, wat?! En jij zegt dat ik een lijk ben!! Is dit hier nu een cultsoap?"

Kul: "Hoezo, lijk? Maar jij begint terug. Ik ben geen zeep!! Jij lijkt wel Turelurezot."

Tuur: "Wat, ik, Tuur, lurezot?! Mijn naam is Tuur!!!"

Kul: "En ik ben Kul!!!"

Stop, stop!! Dit is echt tuurlijk flauwe kul. Wat is dit nu verdorie? Noemen jullie dit kultuur?!

dinsdag 14 april 2009

Schone slaper



Witte vacht, schitterend zacht
asociaal zoals hij is, spinnen kent hij niet
krabben met vernietigende kracht

Volledig behaard, vernietigende staart
empathie is hem onbekend, liefde zijn manier
andere “vrienden” brengt hij van de kaart

snorharen trillen, poezen villen
agressief is zijn karakter, vals om de hoek
een ander zoals hem zouden we niet willen

woensdag 8 april 2009

Kasteel Ridderhof 1



Er was eens een ridder zonder zwaard. Zijn naam was Conrad. Hij wilde nooit vechten. Hij zei altijd: "vechten is voor slechte mensen!" Maar in de tijd van ridders en koningen werd soms wel gevochten. Elk jaar was er wel eens een gevecht. Maar zonder het te beseffen was kasteelheer Baldewin, baas van kasteel Ridderhof, een beetje koning van een heel groot land.

Hij wilde dat iedereen van zijn ridders een zwaard droegen, want zonder zwaard konden zij zich niet verdedigen. Ridder Conrad wilde dit niet. Hij droeg stenen bij zich. Langs zijn middel, aan zijn benen, op zijn rug en aan zijn buik. Kleine en grote stenen. Ze hingen allemaal aan touwen vast of zaten in buidelzakken. Alle andere ridders deden hetzelfde. De kasteelheer was eigenlijk niet zo tevreden met dat idee. De kasteelheer vroeg: "maar hoe kunnen wij winnen van de slechterikken?" Ridder Conrad zei: "Wij gooien de stenen en hierdoor maken wij een grote muur en kunnen de slechterikken ons kasteel niet meer aanvallen." Kasteelheer Baldewin geloofde het niet.

Op een dag, vroeg in de morgen, stonden wel duizenden slechterikken op het grote veld voor het kasteel Ridderhof. "Doe de poort open, wij willen naar binnen!", zeiden ze. "Jullie kasteel is nu van ons." Beneden stonden ze allemaal klaar met pijl en boog, en met zwaarden in hun hand. De ridders van het kasteel zaten allemaal samen aan een grote ronde tafel. "Wat gaan we nu doen?", vroeg kasteelheer Baldewin. De ridders gingen voor de eerste keer zich verdedigen met stenen. Een luide trompet weerklonk in het kasteel en over de velden. Vanuit het kasteel gooiden ze allemaal stenen naar beneden. Het regende letterlijk stenen uit de lucht. De slechterikken gingen achteruit en waren bang geworden. Ze konden niet aan de grote poort omdat er allemaal stenen lagen. Een muur van steen.

Maar toen bijna alle stenen op waren hadden de ridders een probleem. Ze hadden niets meer om te gooien. Ridder Conrad zei: "we gaan de stenen van het kasteel gebruiken en gooien die ver weg naar beneden." En zo gebeurde het. Een hele dag waren ze stenen aan het gooien met hun handen, katapulten en slingeraars. De stenen die te zwaar waren rolden ze naar beneden via een grote lange houten plank. De slechterikken waren allemaal weggelopen van de schrik. Alle mensen van het kasteel moesten ook weg, want ze konden niet meer in het kasteel wonen. Er waren geen muren meer. Toen ze de laatste steen weggooiden, bleef er niks meer over van kasteel Ridderhof.

Maar wat zagen ze nu? Op de plaats waar zij al de stenen gooiden, was er een mooi nieuw kasteel ontstaan. Iedereen was blij. De ridders hadden gewonnen. Alle ridders kregen een grote gouden steen als geschenk van kasteelheer Baldewin. Het kasteel kreeg nu een nieuwe naam 'Ridderhof 2'. Telkens als ze aangevallen werden, gooiden ze met stenen, verhuisde het kasteel telkens van plaats en kreeg het een nieuwe naam.

En zo gebeurde het dat kasteel Ridderhof nooit een vaste woonplaats had en kasteelheer Baldewin uiteindelijk koning werd van een heel groot land.

zaterdag 4 april 2009

Het geluid der stilte




Het geluid verbergt zich in stilte. Stilte geniet in het rumoer.
Hoe graag willen ze wisselen met elkaar.
Maar het is niet meer dan een afwezigheid van wat de een met de ander niet heeft.
Het is zich niet zomaar verschuilen in stilte. Het geluid breekt de stilte.

Hierdoor kan de stilte niet meer genieten, waardoor het rumoer ook plots wegvalt.

Als er noch stilte, noch geluid en noch de afwezigheid van wat de een niet heeft er niet meer is, is hier dan nog wel sprake van een geluidsvolle of muisstille beleving?

vrijdag 27 maart 2009

Dessert



ze was echt gedekt, mooi afgewerkt
wit kleed, doorschijnend schitterend
twee borden, mooi uitnodigend
'k wachtte op dessert, dat niet komen wou

kaarsjes stonden rechtop, brandend van verlangen
'k maakte ze nat, kon ze niet doven
ze smachtte naar dessert, dat wel komen wou